
AFLEVERING 54
‘Wat?’ Chris doet nogal lacherig over Julia’s verklaring. ‘Sure. En jij gelooft dat zomaar? Ik wist best dat je nogal naïef bent, maar zó erg had ik het niet verwacht.’ Hij slaat zijn armen om haar middel, maar Julia duwt hem kwaad weg. ‘Kun je me niet serieus nemen?’
‘Serieus nemen? Je neemt mij toch ook niet serieus.’
‘Chris, je bent zo lang weggeweest en dan kom je met een vaag verhaal over dat Junior je zou hebben ontvoerd?’
‘Nee, luister je soms niet goed?’ vraagt Chris geërgerd. ‘Ik ben ontvoerd door die Mark, en Junior hield me gevangen in dat pand van ‘m.’
Julia strekt haar armen om te zien of haar nagels goed zijn gelakt en doet dan het nagellakflesje terug in haar sieradendoos. ‘Wat wil je hiermee bereiken?’ vraagt ze zonder Chris aan te kijken. Als Chris niet onmiddellijk antwoord geeft, staat ze kwaad op. ‘Wat wil je hier in godsnaam mee bereiken, Chris? Denk je nou dat ik medelijden met je krijg? Dat ik o zo blij ben dat je weer terug bent? Nou nee! Állesbehalve dat, Chris! Je hangt eerst een lulverhaal op, in de hoop dat ik erin trap?’
‘Doe eens rusti…’ probeert Chris haar te sussen, maar Julia slaat helemaal door.
‘Blijf van me af, man! Heb je er ook nog aan gedacht dat ik helemaal alleen was? Dat ik… Hoe kun je nou gewoon weggaan zonder iets te zeggen?’ Julia zakt op het bed. Ze ziet eruit als een zielig meisje. Chris heeft medelijden met haar, maar tegelijkertijd lacht hij in zichzelf. Wat denkt zij wel niet, dat hij haar expres alleen achter heeft gelaten?
Chris gaat naast haar zitten. ‘Julia, geloof me nou. Ik ben echt ontvoerd. En godzijdank ben ik vrijgekomen, maar het had niet veel gescheeld.’
Julia kijkt hem zielig aan. ‘Waarom ben je niet eerder teruggekomen?’
Chris zucht. Ís ze nou zo dom? ‘Denk je nou serieus dat ik niet naar huis wilde komen? Ik zat gevangen, Julia, gevangen, weet je wel wat dat betekent? Dat ik niet naar huis kon, hoe graag ik ook wou! En in plaats van blij te zijn dat ik weer terug ben, heb jij alleen medelijden met jezelf!’
Hij haalt even diep adem en kijkt dan uit het raam. Hij hoort dat Julia opstaat en hem van achteren vastpakt. ‘Het spijt me,’ fluistert ze in zijn oor.
- In de auto…
‘Waar heb jij nou last van, de hele tijd?’ Sanne valt woedend uit tegen Tonnie. ‘Toen je thuiskwam was je ook al zo kortaf.’
‘Moet ik dan meteen ergens last van hebben? Ik ben gewoon moe van het werken.’ Tonnie draait aan het stuur en slaat linksaf, een verlaten straatje in. Het is pikdonker buiten. In een paar huizen schijnt nog licht, maar er is in het hele straatje geen lantaarnpaal vinden.
‘Pff, ja dat zal wel.’ Sanne kijkt stuurs voor zich uit. ‘En ik dan? Dat hele gedoe rond Esmee, en jij geeft er gewoon helemaal niks om. Er valt helemaal niet meer te praten met jou.’
Tonnie antwoordt niet, wat Sanne nog bozer maakt. ‘Ik besta ook nog, hoor! Wat is er nou met je? Je kunt het toch ook gewoon vertellen!’
‘Het spijt me, oké?’ Tonnie kijkt even naar Sanne. ‘Het spijt me.’
‘Wat spijt je?’ wil Sanne weten. Maar ze krijgt geen antwoord.
- Op straat…
‘Wat heb je met ‘r gedaan, Junior?!’ Joyce rammelt Junior door elkaar. Junior schudt haar van zich af en kijkt geïrriteerd.
‘Rustig aan joh. Hoe denk je dat het voor mij allemaal is? Ze raakt zwanger van een klant, niet eens van mij, en dan verwacht ze van mij ook nog respect.’
‘Respect? Natuurlijk verwachtte ze dat niet van je! Maar het laatste wat ze van je verwachtte, was dat jij haar kind doodstak!’ Joyce’s stem slaat over.
Junior haalt haar schouders op. ‘In principe is het gewoon hetzelfde als abortus.’
‘Junior, wáár heb jij je verstand zitten?’ schreeuwt Joyce. ‘Ze overleeft het misschien niet eens! Waar is ze?’
‘Ja mens, zeik niet zo, weet ik veel! In het ziekenhuis, waarschijnlijk? En zeur nou niet zo aan m’n kop, ja?’
Joyce kijkt hem woedend aan. ‘Jij bent nog niet klaar met mij,’ zegt ze met een dodende blik in haar ogen. Dan draait ze zich om, op weg naar het AZB.
- In de lift van het AZB…
Joyce drukt zes keer achter elkaar op het liftknopje. ‘Schiet op!’ roept ze, terwijl ze moeizaam ademt. Ze hoort de bekende beltoon van haar mobiel afgaan. Joyce graait in haar jaszak. ‘Joyce Couwenberg. Hai, Bettina. Nee, sorry, ik heb echt geen tijd nu. Dat leg ik je later wel uit.’ De lift is inmiddels opengegaan en Joyce loopt de gangen van het AZB door. ‘Oké Bettina, ik spreek je morgen.’ Joyce klapt haar mobiel dicht en zucht. Waar ligt Esmee eigenlijk? Is ze hier eigenlijk wel? Ze is het vergeten te vragen aan de balie.
‘Hans.’ Als Joyce Rademakers ziet, houdt ze hem tegen. ‘Weet jij toevallig of Esmee Klein hier is binnengebracht?’
Rademakers knikt. ‘Esmee Klein? Ja, die is net binnengebracht. Ze is neergestoken, het is zeer ernstig met haar gesteld. Ze wordt nu geopereerd, maar het is nog maar de vraag of ze het overleeft.’
Joyce sluit haar ogen en vloekt binnensmonds.
Rademakers kijkt Joyce onderzoekend aan. ‘Wat is er? Heb je enig idee wat er is gebeurd?’
Joyce zucht even en twijfelt over haar antwoord. Zal ze vertellen dat haar neefje het heeft gedaan? Haar bloedeigen neefje? De zoon van haar zus, waaraan ze beloofd heeft een goede voogd te zijn? Natuurlijk niet. Ze zou zich enorm schuldig voelen tegenover Renee.
Ze schudt haar hoofd. ‘Nee, hoezo? Ik ben gewoon ongerust. Het is het vriendinnetje van mijn pleegzoon.’
Rademakers knikt. ‘Het had gekund. Ik moet weer verder.’ Hij legt zijn hand op Joyce’s arm. ‘Sterkte. Ook voor je pleegzoon.’
Joyce kijkt hem na terwijl hij wegloopt en wordt kwaad. Ook voor je pleegzoon… Hij heeft het nota bene gedaan!